Ai, ai, kapitein! 

Het zou een raar gezicht zijn geweest. Driehonderd Napoleons op een rij die tegen zeven manschappen “voorwaarts” schreeuwden. Of tweeëndertig Michiel De Ruyters die twee matrozen instrueerden wat ze moesten doen. Totaal ondenkbare situaties. Behalve in de kantoorjungle.

Want in de kantoorjungle wil iedereen kapitein worden, niemand matroos. Hoewel Michiel de Ruyter natuurlijk admiraal was en geen kapitein, kon hij alleen zijn heldenstatus verwerven dankzij al die matrozen die hem meehielpen. Ook in de kantoorjungle was een Steve Jobs niet heel ver gekomen als zijn matrozen niet hadden lopen zwoegen voor de nieuwste iPhone. 

In de kantoorjungle hebben we echter het idee dat we allemaal Napoleon, De Ruyter of Jobs moeten worden. Iedereen wil leiden, niemand wil geleid worden. Iedereen wil de baas spelen, niemand wil orders opvolgen. Dat komt door een tomeloze ambitie. En die ambitie die leidt ertoe dat je de carrière ladder beklimt. Hoe hoger op die ladder je staat, hoe meer verantwoordelijkheid je krijgt. En hoe meer matrozen voor je in de weer zijn.

Jonge kantoortijgers die aan het begin van die ladder staan, zijn zeer gedreven om zichzelf omhoog te werken. De ambitie is bij deze groep het meest zichtbaar. Ze zijn bewapend met persoonlijke ontwikkelplannen of worden in heuse traineeships gepropt. Alles om een kapitein te worden. De meer ervaren kantoortijgers kennen het klappen van de zweep. Zij zijn vaak matroos geweest en vinden (terecht) dat ze hun strepen verdiend hebben. Het is tijd dat zij aan het roer mogen staan. Dat de nieuwe matrozen maar eens rond gaan rennen voor ze.

Ergens is dit begrijpelijk en mooi. Want tomeloze ambitie brengt onvoorstelbare groei voort. Alleen zijn we in de kantoorjungle doorgeslagen. Want je kunt niet iedereen alsmaar tot kapitein promoveren. Zeker niet als het aantal matrozen niet sneller groeit dan het aantal kapiteins. Daardoor creëren we gedrochten van constructies, waarin iedereen mag leiden, maar niemand iets tot uitvoering brengt.

Zo heb je regiegroepen die stuurgroepen overzien. Bij zo’n stuurgroep meldt een programmamanager zich, om over de voortgang te rapporteren. Die programmamanager heeft, naast een aantal sidekicks zoals strategen, controllers en PMO’ers, meerdere projectmanagers die weer aan hem of haar rapporteren. Die projectmanagers hebben ook weer hun eigen sidekicks in de vorm van projectleiders of (agile)coaches. Op gelijke voet met deze projectmanagers staan vaak marketing-, HR- en onderzoeksteams. Als een soort algemene support. Uiteindelijk kom je ergens onderaan dit complexe geheel een team tegen wat het werk daadwerkelijk uitvoert. 

Een team van vijf mensen dat het werk doet met ongeveer zevenentwintig marketeers, risicomanagers, juristen, controllers, projectmanagers en -leiders, HR-medewerkers en stuurgroepleden, klinkt absurd. Maar het is meer regel dan uitzondering. We zijn totaal doorgeslagen in het aantal mensen wat leiding mag geven ten opzichte van de mensen die het werk doen. En dan wil ik het punt over meerdere kapiteins op één schip nog niet eens maken. 

Ergens begrijp ik het wel. Het is niet sexy om te zeggen dat je het matroos zijn leuk vindt. Dat je een kick krijgt van dingen op te leveren. Dingen maken. Echt het werk doen. Dat is weinig ambitieus en in onze maatschappij word je daar ook minder voor beloond, zowel financieel als sociaal. Maar zonder al deze matrozen, zijn al die kapiteins geen stuiver waard.  

Laat dit een oproep zijn voor meer matrozen. We hebben jullie nodig. De kantoorjungle – en misschien zelfs heel economisch Nederland – drijft op jullie. Laat het weer sexy zijn om matroos te worden. En beloon het ook navenant.  

Want als we dan weer voldoende matrozen hebben. Dan werp ik me in al mijn onzelfzuchtigheid wel op als jullie kapitein. 

Vorige
Vorige

Waarom goede koffie essentieel is

Volgende
Volgende

Blijf ventileren!