De pratende leider
De column van Teun van de Keuken in de Volkskrant raakte mij diep. Hij stelde dat leiders in Nederland niets hoeven te doen. Leiderschap is lekker niksen. Daar ben ik het natuurlijk mee oneens. Want als leider kun je in Nederland alleen maar floreren, als je een prater bent.
Teun noemt het voorbeeld van Mark Rutte als leider. Dat Mark eigenlijk niet zo veel heeft gedaan, maar wel de langstzittende premier aller tijden gaat worden. Zodra er iets gedaan moest worden, stelde Mark iemand aan of liet hij één van zijn ministers het werk opknappen. Als het mis ging, dan was hij nooit de pineut. Teun beargumenteert dus eigenlijk dat je stil moet zitten, onopvallend moet zijn en zo dan opeens door de rangen omhoog schiet naar een leidinggevende functie.
Nou ken ik de politiek niet zo goed, maar ik neem deze les graag mee naar de kantoorjungle. En op het eerste oog kun je denken dat er hetzelfde aan de hand is. Dat er opeens mensen waar je nooit van hebt gehoord op belangrijke posities komen. Dat grijze muizen die nooit wat hebben opgeleverd de lift hebben genomen op de carrièreladder. Maar het klopt niet.
Want als leider heb je maar één core competence. Eén unique selling point. Eén ding waar je echt goed in moet zijn. En dat is praten.
Want leidinggeven in de kantoorjungle betekent vaak dat je mensen managet. Dit vertaalt zich dan naar eindeloos veel bila’s, trila’s, retro’s, rondetafelgesprekken, klankbordgroepen en heisessies. In alle gevallen draaien de kaken van de leider overuren. Van ontwikkelingsplannen tot strategieën en van koetjes en kalfjes tot wereldproblemen: de leider moet praten. Dat wordt ook van je collega’s verwacht. Die willen een leider die ze advies geeft, waar ze mee kunnen praten en waar ze mee kunnen lachen. Dat een leider eigenlijk moet kunnen luisteren, wordt vergeten.
De leider moet ook kunnen pappen en nathouden. Want je kunt niet iedereen te vriend houden. Dat is onmogelijk. Je zegt wel eens ‘nee’ en je maakt wel eens een impopulaire beslissing. Dat hoort bij leiderschap. Om ervoor te zorgen dat je kop niet direct rolt of dat andere afdelingen je gaan tegenwerken, moet je kunnen pappen en nathouden. Lekker alignen en syncen met anderen. Als leider is praten je wapen om kritiek te pareren, mensen te laten stoppen met zagen aan je stoelpoten en impopulaire beslissingen recht lullen. Je praat je weg door de kantoorpolitiek.
Als laatste is dat het praten van de leider ook noodzakelijk voor eigen gewin. Want leiders zijn altijd in beweging. Leiders blijven niet tientallen jaren op één en dezelfde functie zitten. Leiders moeten regelmatig van baan wisselen om zichzelf uit te dagen, te groeien en weg te rennen van de vorige plek waar ze er al pratende een puinhoop van maakten. Dit soort bewegingen door de kantoorjungle maken ze niet door te solliciteren, maar door te praten. Tijdens informele koffietjes of tijdens borrels. Met oude bekenden of nieuwe, interessante mensen. Dankzij de vlotte babbel is er altijd wel een gewillig slachtoffer die “nog wel een interessante plek heeft die binnenkort vrijkomt.” En voor je het weet, kan de leider zijn vleugels elders uitslaan.
Het moge duidelijk zijn dat Teun het totaal bij het verkeerde eind had. Een leider in Nederland moet veel meer doen dan niets doen. Hij of zij moet kunnen praten, praten en nog eens praten. En daar is ook Mark volgens mij een kei in.
Ik moet er vandoor, want ik ga zo lekker kletsen met een oude bekende onder het genot van een bakje koffie. Wie weet is er zelfs ‘een interessante plek die binnenkort vrijkomt’ in de aanbieding.